Eerste Wereldoorlog

Majesteiten zijn nu eenmaal geen gewone stervelingen! – Ronald Kousbroek.

Voordat hij in Doorn ging wonen verbleef de uit Duitsland gevluchtte keizer Wilhelm II enkele maanden in Amerongen. Hij had daar in korte tijd verscheidene lijfartsen, vanaf 4 november 1919 was dr.med. Alfred Haehner de vaste lijfarts. Haehner hield een dagboek bij waarvan in dit boek de notities van 4 november 1919, de dag dat Haehner voor de keizer gaat werken, tot 16 mei 1920, het moment dat de keizer naar Doorn verhuist, te lezen zijn. 

Ronald Kousbroek, rondleider/onderzoeker bij kasteel Amerongen, heeft dit boek samengesteld en de toelichtingen geschreven. Aan de vele gedetailleerde portretten is te zien dat de auteur zich in de loop der jaren flink in zijn onderwerp verdiept heeft. De portretten en toelichtingen zijn talrijk en wat mij betreft bijzonder welkom, ze onderbreken het dagboek niet op een storende manier. Ze zijn cursief gedrukt en geplaatst nadat de persoon in het verhaal voorkomt.

In één van de noten wordt een bericht uit de Berliner Lokal-Anzeiger behandeld. Genoemde krant was berucht om zijn valse berichtgeving, ‘fake news’ zouden we nu zeggen. De krant publiceerde op 30 juli 1914 een bericht waarin werd gemeld dat keizer Wilhelm II de onmiddellijke mobilisatie van de Duitse troepen had bevolen. Het bericht werd direct ontzenuwd, maar het werd door anderen overgenomen en kwam onder ogen van de Russische gezant en het is tot heden onduidelijk of dit bericht invloed heeft gehad op de op dezelfde middag door tsaar Nicolaas II uitgeroepen mobilisatie van het Russische leger. 

Haehner schrijft met de vereiste achting over de keizer en de keizerin, dat betekent echter niet dat hij niet kritisch is. Zo lezen we: “De keizer is een grote egoïst omdat hij van jongs af aan verwend is geworden” en “Ik kon nauwelijks antwoord geven, omdat de keizer geheel volgens zijn gewoonte, zelf erg veel sprak.” 

’s Avonds kwamen de keizer, de lijfarts, enkele anderen en eventuele gasten samen en werd er over een keur van onderwerpen gesproken, vooral over de Eerste Wereldoorlog. Er werd uit politieke boeken voorgelezen waarna men, maar vooral de keizer, het gelezene van commentaar voorzag. De keizer was het altijd eens met boeken met een sterk antisemitische inhoud.

Dit soort boeken, degene met een antisemitische inhoud, vormen de basis voor de antisemitische gevoelens van Wilhelm II. Dat dit soort opvattingen destijds ‘gewoon’ en volgens ‘de mode van de tijd’ waren mag toen en nu en in de toekomst nooit een excuus zijn. Deze ‘modegril’ heeft 25 jaar later 6.000.000 mensen het leven gekost. (Ronald Kousbroek).

Een onderwerp waarover veel gesproken werd was een te verwachten uitleveringsverzoek, van Duitsland of van de Entente, iets waar de keizer erg bang voor was, zeker toen het rapport van Karl kautsky bekend werd. Kautsky was door de Duitse regering belast met het schrijven van een rapport over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Keizer Wilhelm II komt er in dat rapport bijzonder slecht vanaf, hij wordt als één van de grote verantwoordelijke gezien voor het uitbreken van de oorlog, dit door zijn ‘enorme lichtvaardigheid, kortzichtigheid en domheid’. Het rapport wordt ook in Nederlandse kranten gepubliceerd met kritisch commentaar betreffende de keizer. Het rapport van Kautsky, ook verwerkt in een boek, en het commentaar richtten in Nederland grote schade aan, draagvlak voor huisvesting van de keizer verdwijnt bij bevolking en regering. Als tegenaanval willen enkele getrouwen van Wilhelm een perscampagne tegen het boek beginnen. Dit is iets van alle tijden, niet de boodschap, maar de boodschapper wordt bestreden.

Kasteel Amerongen.

Wilhelm II ging er lang van uit dat hij weer keizer van Duitsland kon worden. Haehner meent: “De keizer moet het leren inzien, dat hij door zijn abdicatie en zijn vlucht naar Nederland een grote fout heeft gemaakt, waarvan de gevolgen nooit meer goed te maken zijn.” 

Tijdens de kerstdagen kwam de kroonprins ook op bezoek. Hij zat in ballingschap op het toenmalige eiland Wieringen. Kousbroek wijdt enige woorden aan hem. In ‘Biografie van de Zuiderzee’ van Arie Kok gaat een hoofdstuk over het leven van de kroonprins op Wieringen, titel: “Tonelen die kiesheidshalve niet worden beschreven”. Dit is in leuke tegenspraak met een opmerking van Kousbroek: “De eenzaamheid op zijn eiland heeft hem in dat opzicht echt goed gedaan.” 

Half mei 1920 verliet het keizerlijk gezelschap Amerongen om in Doorn te gaan wonen. Dit tot enige opluchting van de bewoners, die nu weer zonder politiebewaking de poorten wijd open kon zetten om ze nooit meer te sluiten.

Ik had eigenlijk altijd een hekel aan de figuur Wilhelm II, een keizer die mede verantwoordelijk is voor de ellende van de Eerste Wereldoorlog, maar die op tijd zijn land ontvluchtte met medenemingen van een ontzagelijke hoeveelheid kostbaarheden en iedere berechting ontloopt. Toch begon ik aan dit boek en daar ben ik blij om, het geeft een fascinerende blik in het reilen en zeilen van een keizer in ballingschap, die er wat mij betreft niet sympathieker op wordt met al zijn gehak en gezaag.

Bij Aspekt verscheen van Sigurd Ilsemann in 2015 ‘Wilhelm II in Nederland, 1918-1941.’

Majesteiten zijn nu eenmaal geen gewone stervelingen.

Ronald Kousbroek

2021

Aspekt

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *